Op woensdag 12 augustus overleed op 79-jarige leeftijd Jacques Wallage. Zijn naam is voor velen verbonden aan de staatscommissie die in 2001 het toenmalige kabinet adviseerde over de toekomst van de overheidscommunicatie. Het rapport In dienst van de democratie beschreef de ommezwaai in het denken over communiceren: van sluitstuk naar startblok van het handelen van iedereen die als bestuurder of ambtenaar de publieke zaak dient. ‘Een hartstochtelijk pleitbezorger voor het altijd centraal stellen van het perspectief van de burger in onze communicatie’, schrijft Ivar Nijhuis, directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst, in een overlijdensadvertentie van de VoorlichtingsRaad.
Zoals de staatscommissie onder leiding van voormalig premier Barend Biesheuvel in 1970 de wettelijke verankering van openbaarheid aftekende, gaf Jacques Wallage met een commissie van journalisten, gedragswetenschappers en bestuurskundigen een slinger aan het vak dat zich in die tijd leek te ontwikkelen naar steeds geraffineerder zendingswerk (met spindoctoring, storytelling en framing als pogingen om vooral overheidsbelangen te ondersteunen). De boodschap: maak werk van het borgen van tijdig, open en eerlijk contact. Vooral dat laatste begrip ging hem aan het hart. Hij maakte zich zorgen over de mate waarin ministers, wethouders en andere publieke professionals écht nabij en aanspreekbaar wilden zijn. Aan inzet van communicatieafdelingen lag het volgens hem niet. ‘Soms lijkt de communicatieafdeling wel de afdeling Pompen of Verzuipen. Meer dan ik twintig jaar geleden had voorzien,’ zei hij bij een terugblik op de start van de Academie voor Overheidscommunicatie in 2002.
Bij dit opleidingshuis leerde ik hem goed kennen. Jacques Wallage was in alles een opleider. Hij betrad het pad van leren eind jaren 60 op jonge leeftijd als raadslid en wethouder in Groningen, waar hij in 1998 als burgemeester terugkeerde – tot verbazing van de toenmalige premier Wim Kok. Want het gebeurde in een tijd waarin gemeenten als lagere overheid te boek stonden. In Den Haag was hij Tweede Kamerlid en staatssecretaris van onder meer Onderwijs. Als voorzitter van het begeleidingscomité van de Academie voor Overheidscommunicatie spoorde hij me aan werk te maken van de Factor C, dat nog steeds voor velen een hulpmiddel is om bij alle overheidsacties burgers niet alleen af te tappen over hun voorkeuren en verwachtingen, maar in staat te stellen om eigenaarschap en opdrachtgeverschap te tonen. En dat begint met openbaarheid: ‘de zuurstof van de democratie’, zei hij in 2021 in een met interview C. Gebrand op leren, stapte hij in 2006 in een lacune toen het lectoraat overheidscommunicatie aan de Hogeschool Utrecht vacant was. Het uitstapje duurde een jaar en studenten herinneren zich zijn verhaalkracht.
Want een verteller was het. Vaak zelf lang aan het woord, op zoek naar weerklank, maar ook weerstand. Want onderwijs was bij hem tegenspel leren bieden. Tegelijk was hij afgemeten: een vergadering van een uur duurde nooit langer dan 60 minuten en dan waren alle agendapunten behandeld. Talig kon hij me bevragen op het wezen van een begrip als contact – zag ik het lichamelijke, nabije als grondslag? Naast ‘communicatie in het hart van het beleid’ muntte hij de omslag van verticaal naar horizontaal bestuur. ‘Voor je het weet schiet je tekort’, benadrukte hij meermalen. Dan belde hij op nadat het ministerie van Volksgezondheid een nieuwe maatregel had afgekondigd zonder huisartsen te raadplegen. ‘Snap jij dat?’, klonk het retorisch. Uitvoerbaarheid zou vertrekpunt moeten zijn, en dus communicatie, en dus contact.
Alles begint bij wat je werk betekent voor mensen, was zijn mantra. ‘Heel de mens’ doopte hij een digitale nieuwsbrief waarin hij een goed jaar geleden begon met het delen van verwonderende reflecties op grote en kleine gebeurtenissen in de wereld. ‘Steeds als de feiten te groot zijn om vast te pakken, verklein ik mijn wereld. Tot vrouw en hond, tot onze volwassen kinderen en hun partners, tot de tuin die met een schok uit de winterslaap ontwaakt. En voed de vogels’, schrijft hij in een van de laatste nieuwsbrieven. Half juli kondigde hij een ‘zomerstop’ aan vanwege terugkerende schildklierkanker. Zijn betekenis mag nog lang naklinken. We zijn hem daarvoor schatplichtig.
Guido Rijnja



