Logo Zoeken

De participatiesamenleving en communicatie: interactie is broodnodig

11 november 2014 Eric Vink

Ik luisterde geboeid naar het pleidooi van dominee Dick Couvée van de Rotterdamse Pauluskerk voor 'geven, zonder dat je er iets voor terug krijgt'. Het triggerde mij tot nadenken over de rol van de overheid, die geeft maar er graag wat voor terug ziet, en over de rol van de overheidscommunicatoren die meer de vinger op de zere plek moeten leggen.

seminar.jpg

Aanleiding was het seminar 'De participatiesamenleving en communicatie' dat de gemeente Rotterdam en communicatieberoepsvereniging Logeion op 25 september 2014 organiseerde. Als voorzitter van de themagroep Interactief Beleid verzorgde ik de reflectie op de bijdrage van dominee Dick Couvée, een van de vier key note speakers.

Geven, zonder dat je er iets voor terug krijgt?

In zijn bijdrage zette Ds. Couvée zich af tegen een doorgeschoten neo-liberaal geloof in de zelfredzame individu. Hij brak een lans voor een open houding ten opzichte van sociaal zwakkeren en kansarmen. In de eerste plaats door de kerken, maar niet zonder betrokkenheid van de overheid. Hij zette daarmee een gepassioneerd beeld neer van hoe de kerken in de nieuwe maatschappelijke verhoudingen positie zouden moeten kiezen. Wat mij triggerde was zijn pleidooi voor 'geven, zonder dat je er iets voor terug krijgt'. Dat is onbaatzuchtig – en dus mooi, maar niet direct de focus van de systeemwereld die overheid heet. De overheid wil er toch graag wat voor terug zien. En stuurt daar ook op. De participatiesamenleving, bijvoorbeeld, is de deal van een kleinere overheid met een sluitende begroting – want dat wilden we toch allemaal? – in ruil voor meer zelfredzaamheid van de burger.

De samenleving informeren over de koerswijziging

Daarom voeren we nu een stelselherziening door: van Rijk naar wijk. We verschuiven de verhoudingen binnen de verticaal georiënteerde politiek-bestuurlijke kolom, door een beroep te doen op de kracht van de horizontale netwerksamenleving. Slim geregeld, toch? En zo passend in de tijdgeest.
Dus gaan we als overheidscommunicatoren aan de slag. We informeren de samenleving over de koerswijzing en al wat daarbij komt kijken. Want zo zijn we geconditioneerd: we pakken de beleidsinhoud op, vertalen dat in een hapklare boodschap en vuren die op de doelgroep af. Hier gaat op dit moment alle aandacht naar uit. Alleen hebben we een klein probleem: de inhoud ligt nog niet helemaal vast…!

De tweede reflex

Nu begint ons een nieuw aandachtspunt te dagen. Want als nog niet alles helder is, gaat er vast wel ergens iets mis. Dan vallen we terug op onze tweede reflex: reputatiemanagement. Iedere mislukking na 1 januari aanstaande is immers een potentiële mediahype. En daar moeten we onze bestuurders en professionals voor beschermen!

Is de samenleving er klaar voor?

Begrijp me goed: dit alles is niet verkeerd – het moet gebeuren en we zijn er in ons vak goed in. Maar ondertussen blijf ik wel worstelen met een andere vraag die de dominee opwerpt, namelijk of de samenleving al wel klaar is voor de participatie die we willen uitrollen. Ik vermoed van niet.
Want straks hebben we wel de bestuurlijke stelselherziening top-down uitgerold – de herschikking binnen de verticale systeemwereld. Maar de horizontale leefwereld zoekt nog volop hoe ze hier bottom-up invulling aan moeten geven. Dat is maatwerk en kost nog wel een paar jaar voordat dat ingeregeld is. Sterker nog: dat is een permanent proces, want in een netwerksamenleving ontstaan en vervallen verbanden naar gelang de behoefte, of het ontbreken daarvan. Dáármee omgaan: dat is een stelselherziening van een heel andere orde. Dan loop je met een op informatie en reputatie gebaseerde aanpak constant achter de feiten aan.

Verklankers van de realiteit

In mijn optiek moet communicatie juist de smeerolie van dit soort maatschappelijke processen zijn. Alleen moeten we dan in ons vak bewust kiezen voor de taak om nauw met die samenleving in verbinding te staan, de signalen op te halen en de sentimenten te duiden. Dat betekent: interactie. Extern contacten opbouwen, veel luisteren en de dynamiek willen begrijpen. En met dat inzicht intern je bestuurder, je organisatie en de zorgprofessionals aan hun jasje trekken. Waar andere professionals vanuit de inhoud werken, putten wij communicado's uit opgebouwde relaties. In plaats van verkopers van beleid zijn we dan de verklankers van de realiteit. We faciliteren daarmee onze colleges en collega's. En leggen zo nodig de vinger op de zere plek. Dat zijn we niet gewend in overheidscommunicatie.

Systeemwereld met leefwereld verbinden

Die 'luis-in-de-pels'-functie is echter uiterst nuttig én nodig. Want de ongemakken van de huidige maatschappelijke kanteling gaan – naar ik schat – ergens vanaf het tweede kwartaal van volgend jaar schuren. Als missers geen incidentele overgangsverschijnselen, maar structurele tekortkomingen blijken te zijn. Als zelfredzaamheid een – hopelijk groot – deel van de netwerksamenleving past, maar een ander deel redeloos, radeloos of reddeloos maakt. Als politiek en bestuur hun aandacht al weer op ander zaken hebben gericht. Want het was toch zo goed geregeld?

Wie deze interactieve visie op het communicatievak deelt, krijgt daar uit de samenleving erkenning en vertrouwen voor terug. Broodnodige pijlers onder de brug om de systeemwereld met de leefwereld te verbinden.

 

Eric Vink