De Troonrede: waar schortte het retorisch aan?

LOGNW_Shutterstock-kroon.jpgdinsdag 17 september 2013 21:00

Door Huib Hudig - Nauwelijks had Willem-Alexander vandaag zijn eerste Troonrede uitgesproken, of het Haagse spinnen was al begonnen. Met kwalificaties als “de vinger op de zere plek” (CDA) tot “een verschrikkelijk verhaal” (PVV) proberen politici en opiniemakers de inhoudelijke waarde te duiden. Maar hoe was het voor de objectieve luisteraar en televisiekijker?

Door Samantha van der Neut

De verwachtingen voor deze Troonrede waren hooggespannen. Sommige mensen - waaronder ik - hoopten dat de regering het aantreden van Willem-Alexander zou aangrijpen om de tekst aansprekender te maken. Rutte zei immers in zijn H.J. Schoo-lezing dat “we moeten veranderen” en  “ons moeten aanpassen aan de nieuwe realiteit”. En die nieuwe realiteit is dat toespraken een zeer belangrijk communicatiemiddel zijn geworden voor politici en bestuurders (zo werd Obama mede door zijn speeches president van Amerika). Toch was de Troonrede vooral gericht op de Haagse politiek en niet op de andere 16 miljoen mensen in Nederland.

Als je de tekst vanuit retorisch perspectief bekijkt, valt op dat er een groot verschil bestaat tussen de persoonlijke inleiding - die waarschijnlijk door de koning is geschreven - en het lange inhoudelijke gedeelte van het kabinet. De inleiding bevat een aardige drieslag over Beatrix (“met groot plichtsbesef, warmte en diep gevoelde betrokkenheid”), is persoonlijk (over Friso) en positief (“eenheid en verbondenheid”). Daarna slaat de stijl om, naar een formele, abstracte stijl, waardoor je als luisteraar snel de aandacht verliest. Waar schort het nou precies aan?

  1. Te lange en ingewikkelde zinnen, bijvoorbeeld: “Dat neemt niet weg dat de Nederlandse economie kampt met een aantal specifieke problemen van structurele aard, waaronder de schuldenlast van de overheid en huishoudens en de vermogenspositie van banken.” Teveel informatie in 1 zin, die moet je opknippen.
  2. Te lange en moeilijke woorden, het centrale begrip “participatiesamenleving” bestaat uit negen lettergrepen waar vijf lettergrepen voor speeches een beetje het maximum is.
  3. Te veel containerbegrippen: “Voor het bestrijden van de jeugdwerkloosheid werkt de regering samen met gemeenten, sociale partners en onderwijsinstellingen om jongeren aan de slag te krijgen en hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Zo rond ‘onderwijsinstellingen’ zit je al aan je boodschappenlijstjes te denken. Maak het concreter.
  4. Geen stijlmiddelen: de tekst staat vol met beschrijvende volzinnen en heeft nauwelijks variëteit. Drieslagen en contrasten moet je met een vergrootglas zoeken.
  5. Niet realistisch: “Werkgevers en overheid stellen zich samen garant voor 125.000 extra banen in 2026.” Wanneer? Tegen die tijd zijn we allang weggevaagd door een kernoorlog tussen Amerika en Iran/China/Rusland.
  6. Te lang en inhoudelijk. De tekst bestaat  uit 2200 woorden en duurt 17 minuten terwijl de ervaring leert dat na zo’n 12 minuten  de aandacht wegzakt. Beperk hem tot 1500 woorden.
  7. Gericht tot een beperkt publiek. De Troonrede richt zich uitsluitend tot de Kamerleden en houdt geen rekening met de zogenaamde ‘tweede ring’, namelijk de 1,5 miljoen Nederlanders die op televisie of via livestream naar de Troonrede zitten te kijken. Als afsluiting zegt de koning tegen de Kamerleden: “De vraagstukken waarover u zich gaat buigen, zijn complex en ingrijpend. U mag zich in uw zware taak gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.” Daar had hij best iets opbeurends mogen zeggen tegen de Nederlandse bevolking.

Hoe welwillend koning Willem-Alexander de Troonrede ook voordroeg, de tekst was te ingewikkeld en miste een lijn. Wat betekent dat begrip participatiesamenleving eigenlijk? “Doe het van nu af aan maar zelf?” Door de nadruk op feiten en maatregelen ontbreekt in de Troonrede gevoel voor wat er bij mensen speelt. Een tekenende zin was: “In deze tijd willen mensen hun eigen keuzes maken, hun eigen leven inrichten en voor elkaar kunnen zorgen.” Ik durf dat te betwijfelen. Mensen willen in een tijd van crisis juist dat iemand keuzes voor ze maakt en voor ze zorgt, namelijk de regering. Wat mij betreft heeft de regering hier een kans gemist om een moment van collectieve binding te creëren binnen de Nederlandse bevolking. Jaja, al die verschillende mensen, van de stranden van Scheveningen tot de bossen op de Veluwe, van de getto’s in Rotterdam tot de verzakkende grasvelden in Groningen.
Volgend jaar een herkansing.

Huib Hudig is presentatiecoach bij Speak to Inspire en auteur van Het speechboekje

Logeion-lid Alexis van Dam, tevens voorzitter van de themagroep online communicatie, maakte een mindmap van de troonrede.

« Terug