Ga direct naar


Voorzitter Logeion reageert op voorlopige resultaten onderzoek UvA

Voorzitter Logeion reageert op voorlopige resultaten onderzoek UvA

maandag 07 juni 2010 14:01 Afgelopen vrijdag verschenen in diverse media artikelen over de voorlopige resultaten van een onderzoek uitgevoerd door de opleiding Journalistiek aan UvA. De media berichten daarover met koppen als: ‘Pr-leger tien keer groter dan journaille.’ Reden voor Logeion om bij monde van voorzitter Rijk van Ark een reactie te geven. Logeion verspreidt deze reactie ook als persbericht: Reactie op onderzoek door opleiding Journalistiek aan UvA. ‘Logeion: communicatie is meer dan alleen persvoorlichting’.

Het communicatievak kent veel meer specialisaties dan alleen persvoorlichting. Van alle communicatieprofessionals in Nederland is slechts een deel betrokken bij communicatie met de media. Het merendeel richt zich op communicatie met andere doelgroepen. Dat zegt de vereniging voor communicatie Logeion in een reactie op de voorlopige uitkomsten van een onderzoek naar de verhouding tussen journalistiek en communicatiesector door de opleiding Journalistiek van de Universiteit van Amsterdam (UvA).
Belangrijkste resultaat uit het onderzoek is dat Nederland 150.000 mensen telt die actief zijn in ‘pr, voorlichting en communicatie’, aldus de onderzoekers, tegenover 15.000 journalisten.

Volgens Logeion klopt het dat het vakgebied communicatie is gegroeid en geprofessionaliseerd. Dat is ook niet zo verwonderlijk, omdat de toegevoegde waarde van professionele communicatie alom wordt herkend. Communicatie is een cruciaal instrument voor een organisatie om de doelstellingen te behalen. Of het nu om bedrijfsleven, non profit of overheid gaat.

Diverser
Het vakgebied communicatie is veel diverser en kleurrijker dan in het onderzoek van de UvA voorgesteld. In de communicatiesector zijn vele andere functies. Een kleine greep: deskundigen patiëntenvoorlichting, ontwikkelaars van gedragsveranderingscampagnes, huisstijl- en merkontwikkelaars, evenementenorganisatoren, communicatieadviseurs gespecialiseerd in dialoog met nieuwe Nederlanders, webredacteuren. En niet te vergeten interne communicatie: het ondersteunen van cultuurveranderingen in organisaties, bijvoorbeeld in moeilijke tijden na een reorganisatie of fusie. Veel van deze beroepsbeoefenaars houden zich helemaal niet bezig met pers, en gebruiken andere kanalen om hun doelgroepen te bereiken.
Ze houden zich bijvoorbeeld bezig met het opzetten van een bezoekers- of informatiecentrum, productie van folders en verpakkingen voor een supermarktketen of kledingmerk, een tv-commercial voor het Astma Fonds, design voor een website of organisatie gespreksgroepen en brainstormsessies. Dat is ook allemaal communicatie, zonder dat er contact is met media.

Op de goede weg
Logeion stelt zich de professionalisering van het communicatievak ten doel. “Het is een goed teken dat het onderzoek die verdergaande professionalisering herkent”, aldus voorzitter Rijk van Ark van Logeion. “Want dat betekent dat wij als sector dus op de goede weg zijn en dat we als vereniging op het goede spoor zitten. Logeion heeft vorig jaar zelfs een hoogleraar Strategische Communicatie aangesteld, die verbonden is aan de UvA. Wij vinden het belangrijk dat er wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar ons vakgebied en aanpalende disciplines”, aldus Van Ark.

De voorzitter vindt het daarom jammer dat de onderzoekers van de opleiding Journalistiek niet zijn uitgegaan van de brede definitie van het vakgebied. “Nu worden mensen op het verkeerde been gezet. Ik las in een krant de kop: ‘Tien voorlichters voor elke reporter’. Zo dreigt een beeld te ontstaan waarbij communicatieprofessionals als tegenstanders van de journalistiek worden neergezet”, aldus Van Ark. “Dit doet geen recht aan de feitelijke praktijk, waarbij communicatieprofessionals juist een bijdrage leveren aan transparantie en het beschikbaar komen van informatie”.

Meer lezen over de berichtgeving over en reacties op de voorlopige resultaten van het onderzoek:

http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1386274.ece/Pr-leger_tien_keer_groter_dan_journaille

http://weblogs.nrc.nl/expertdiscussies/tien-keer-zoveel-pr-medewerkers-als-journalisten-baart-dat-u-zorgen/#comments

http://www.telegraaf.nl/binnenland/6857916/__Pr-leger_tien_keer_groter_dan_journaille__.html?sn=binnenland,buitenland 

http://www.customermedia.nl/artikel/8749.htm

 http://www.communicatieonline.nl/opinie/bericht/pr-journalistiek-10-0/

 

Labels

«Terug

Reacties op "Voorzitter Logeion reageert op voorlopige resultaten onderzoek UvA"

Joan Smithuis
Geplaatst op: 10-06-2010 23:24Quote
Fatsoenlijk dat Mirjam Prenger reageert. Maar van een docent verbonden aan de opleiding Journalistiek verwacht ik dat zij weet hoe media/journalisten werken. En nu niet komt vertellen dat nuances verloren zijn gegaan.Die kennen we.
Alice Leusink
Geplaatst op: 10-06-2010 11:04Quote
En daar leren we dan van dat de kans groot is dat journalisten bij een volgend onderzoek weer met dit soort vergelijkingen zullen komen. Jammer, daar heeft niemand wat aan!
Mirjam Prenger
Geplaatst op: 09-06-2010 21:19Quote
Ter info (deze mededeling staat ook op de website van de afdeling Mediastudies van de UvA):

Berichtgeving over onderzoek naar omvang pr- en communicatiesector

In de berichtgeving in de media zijn, met name in de koppen, de voorlopige resultaten verregaand gesimplificeerd, waardoor alle nuances zijn weggevallen. Zo is bij de presentatie en in de contacten met de pers benadrukt dat het bij het onderzoek naar de pr- en communicatiesector niet alleen gaat om voorlichters en communicatiedeskundigen die rechtstreeks contact met de media hebben, maar om iedereen die in de sector werkzaam is (uitgezonderd reclamebureau’s). Dus onder andere ook communicatieonderzoekers, mediaplanners, pr-adviseurs, beheerders van websites en redacties van interne en externe magazines. De onderzoekers hebben nooit willen beweren dat al deze communicatie-medewerkers direct met de media te maken hebben.
tjalling damming
Geplaatst op: 09-06-2010 11:12Quote
Zowel het persbericht van Logeion als de reactie van Smithuis zijn me uit het hart gegrepen. ik had exact hetzelfde gevoel bij lezing van dit 'wetenschappelijke onderzoek' van de UvA. Op de website van het AD bleek het bericht overigens iets genuanceerder dan het ingekorte artikel in de zaterdagkrant. Maar niettemin: de toon was weer gezet. Een leger van communicatiemensen dat uitsluitend het belang van organisaties dient en dat erop uit is die arme journalistiek buiten de deur te houden. Wanneer komt diezelfde journalistiek eens uit die PR-kramp, die geconditioneerde reflex als het om de communicatieprofessie gaat? Ik begrijp best dat de sector onder druk staat maar dat ligt zeker niet aan de steeds professioneler werkende communicatiesector maar veeleer aan ontwikkelingen op het gebied van digitale (social) media die veel traditionele rollen van de journalistiek overnemen. Overigens een gegeven waarmee we ook als communicatiesector naar mijn mening in onze dagelijkse praktijk nog veel te weinig rekening houden (echte deskundigen op het gebied van de inzet van social media in de communicatiepraktijk zijn met een lampje te zoeken!). Laten we ons daarom niet verleiden tot een achterhoedegevecht met de journalistiek maar laten we onze professionele aandacht richten op de effectieve toepassing van social media in ons werk.
Tjalling Damming is directeur/partner bij Van der Hilst Communicatie (opleiding, training, advisering).
Joan Smithuis
Geplaatst op: 08-06-2010 22:31Quote
Een lerende organisatie is de UvA slechts in beperkte mate. Bij het vorige onderzoek publiceerden Betteke van Ruler de volgende reactie in De Volkskrant (De Vree is de baas van Mirjam Prenger'

Een professor in appelen en peren
Journalistiek en oplichting.

`Voorlichting en oplichting` kopte zaterdag De Volkskrant op de openingspagina van het mediakatern. Een smeuïg verhaal over de overmacht van 55.000 voorlichters over 14.000 Nederlandse journalisten. Voorlichterbashing is onder journalisten een favoriet gezelschapspel, veelal tot het moment waarop de journalist zelf voorlichter wordt. Of beter nog: directeur Voorlichting. Dan overheerst plotseling de gedeelde betrokkenheid bij de publieke zaak.

Is het zo erg, 55.000 communicatiedeskundigen die de integriteit van de vaderlandse pers bedreigen?
Ja, als het waar zou zijn. Maar het uitgangspunt is volslagen onjuist: er zijn in Nederland geen 55.000 persvoorlichters, het natelwerk van prof. Frank van Vree ten spijt. Een betere schatting blijft steken op 2000. Die daar overigens meestal niet de hele dag mee bezig zijn.
Het getal van 55.000 komt uit een inventariserend onderzoek uit 1999, het Trendrapport Communicatieberoepspraktijk. Van deze 55.000 zijn er 30.000 werkzaam in allerlei organisaties. De helft, 15.000 mensen, heeft een hoofdtaak in sales, marketing of officemanagement. Communicatie doen ze erbij. Voor de andere 15.000 is het een hoofdtaak. Van hen werken er pakweg 5.000 voor overheden: rijk, provincies, waterschappen en ZBO’s. De overige 10.000 werken in andere sectoren, en de meeste van hen zijn werkzaam in reclame en marketing. De resterende 25.000 zijn mensen die bij bureaus werken. Die zitten vooral in de reclame-industrie: op bureaus als ontwerper, tekstschrijver, fotograaf, filmer, werkvoorbereider enzovoorts. Zij produceren van alles: van tv-commercials tot ballonvaarttochten en van advertenties tot weggevertjes op straat. Staan zij allemaal de media te manipuleren? Wij dachten van niet.

Een lange ervaring en enkele steekproeven leert dat bij de overheid ruim genomen twintig procent van 5.000 communicatiedeskundigen betrokken is bij persvoorlichting. Dat zijn dan 1000 persvoorlichters. De anderen houden zich bezig met advisering over beleid en uitvoering (informatiebijeenkomsten, inspraak, productie van tentoonstellingen, folders, nieuwsbrieven), met interne communicatie en met het produceren van eigen media (intranet, internet, een blad).
Het bedrijfsleven kent aanzienlijk minder persvoorlichters, zowel per onderneming als in totaliteit. Wel cirkelt hier een klein groepje `mannetjesmakers` omheen, die hun vaardigheden in de omgang met media graag luidruchtig uitventen. Ruim genomen kom je hier met moeite op 1000, waarvan een groot deel persé niet de hele dag met media bezig is maar het er af en toe bij doet, en dan ook nog vaak op product-pr gericht.

Zijn die 2000 persvoorlichters voortdurend aan het spindocteren? Ach wel nee. Een groot deel van de tijd gaat heen met het beantwoorden van vragen. Media willen –terecht- alles weten en graag direct. Dat is bellen, mensen uit vergaderingen halen, informatie verzamelen en doorgeven. En dan leidt het antwoord vaak tot een vervolgvraag. Veel vragen betreffen eerdere persberichten, want journalisten hebben nogal eens de neiging de persvoorlichter voor het eigen archief aan te zien: hoe zat dit, hoe zat dat. Daarnaast lezen persvoorlichters veel kranten, ook om onjuistheden in de berichtgeving te signaleren. Ze schrijven persberichten en produceren besluitenlijsten. Een minderheid –vooral de ervaren woordvoerders op de departementen- heeft rechtstreeks contact met journalisten over primeurs en achtergrond informatie. Dat gaat inderdaad vaak om gevoelige beleidsproblemen; daarover wordt vergaderd en nagedacht.
Zijn 2000 persvoorlichters nou teveel? Nee. De overheid moet openbaar maken. . De samenleving eist transparantie en verantwoording, zowel bij bedrijfsleven als overheid. Daar zijn professionals voor nodig. D0e media vervullen daarin een belangrijke –maar niet onpartijdige- schakel.

Nieuwsmanagement.
Spindoctering is het overdrijven van informatie door er een ‘spin’, een draai aan te geven die je zelf goed uitkomt. In die betekenis spindocteren journalisten ook regelmatig: hypes en spektakel vieren hoogtij in de media. Zij selecteren meer en meer wat en hoe zij willen doorgeven. Journalisten zijn spelers geworden op het politieke veld. Nieuwsmanagement is daarmee een essentiële taak van journalisten én persvoorlichters geworden.
Persvoorlichters zijn per definitie geen haar beter en proberen gebruik van te maken van de journalistieke gewoonten. Door ook te selecteren en in te spelen op de vraag. Door media te verleiden en primeurs weg te geven. Maar het getuigt van weinig inzicht om de onderlinge verhouding af te schilderen als eenzijdige oplichting.

Media zijn een spiegel van de samenleving en zullen de weg van steeds meer spektakel niet gemakkelijk verlaten. Persvoorlichters zullen proberen daarop in te spelen of een apart platform te scheppen voor hun eigen informatie. Op zich is dat proces niet goed voor de democratische meningsvorming.
Het kan dus beter. Door een zakelijker en professioneler houding, aan beide kanten. Voorlichters moeten de wereld minder bestoken met campagnes en ander spektakel om haar te veranderen. Journalisten zouden minder met zijn allen achter dezelfde bal aan kunnen hollen. Meer onderzoek. Beter feiten en meningen scheiden en niet zo snel direct op de stoel willen zitten van de deskundige. De lezer kan zich nog wel een eigen mening vormen.


Tenslotte: het bericht over de 55.000 voorlichters is kenmerkend voor de werkwijze van de media. Het wordt omarmd en herhaald. Niet zorgvuldig gecontroleerd. Niemand is bij de bron van het onderzoek naar dat getal gaan vragen, want dat was één van onderstaande auteurs. Daarmee is het een klassiek geval van spindoctering: het manipuleren van de waarheid.



Betteke van Ruler is hoogleraar communicatiewetenschap bij de Universiteit van Amsterdam
Joan Smithuis is oud-voorzitter van de Vereniging voor Overheidscommunicatie en zelfstandig communicatieadviseur.

Nieuw bericht